Deelnemende zeppelins

In de late namiddag van zondag 6 juni 1915 werd LZ37 klaar gemaakt voor een raid op Londen. Daarvoor moest hij met mankracht uit de hangar worden getrokken. Hiervoor was ruim 100 man nodig, die men rekruteerde uit het personeel van de basis.

Het commando van LZ37 was in handen van oberleutnant Otto Van Der Haegen.

De aanvalsmissie op Londen zou gebeuren samen met LZ38 vertrekkend uit Evere olv kapitein Linnartz, LZ39 vertrekkend vanuit Etterbeek olv commandant Masius en L9, basis onbekend, olv kapiein Mathy. De vier luchtschepen zouden samenkomen ter hoogte van Oostende.

LZ38 kreeg al snel problemen aan één van zijn motoren. Hij besliste om rechtsomkeer te maken naar Evere terug omdat Linnartz vreesde dat hij na het ochtendgloren terug over de kust zou komen, mogelijks zelfs over het front. Daardoor zou hij zichtbaar zijn en mocht hij te laag zitten dan kwam hij binnen het bereik van het afweergeschut. Dit risico wilde hij niet lopen.
De drie overblijvende zeppelins kregen boven de Noordzee opdracht om de missie af te breken wegens de dichte mist boven Londen. 



LZ38 klaar voor de start. 


L9 vloog gewoon door.





LZ37 en LZ39 dropten hun bommen boven de spoorweginstallaties van Calais en keerden daarna naar hun basissen terug.



Tussen Brugge en Gent werd het al duidelijk dat LZ37 te veel gas verloor, doordat waarschijnlijk scherpe ijsnaalden de gascellen hadden geperforeerd. Gezien er geen ballast meer uit te werpen was zakte men al snel tot 1500 m en bleef men langzaam maar zeker vdalen. De basis in  Brussel was geen optie meer.

LZ37 kreeg de opdracht om koers te zetten naar de basis van Gontrode, waar plaats was vrijgekomen doordat LZ 35 enkele dagen daarvoor in de bomen te Maria-Aalter was terecht gekomen. Men bleef de Brugsevaart volgen en boven Gent zou men van richting veranderen naar Gontrode. Op zich waren er geen problemen te verwachten. Er was voldoende gas om op veilige hoogte de basis te bereiken en in onze streken was er geen vijandig luchtafweergeschut en weinig vijandelijk luchtverkeer.



LZ37 wordt klaar gemaakt voor zijn bombardsmissie.


Op zondag 6 juni 1915 in de vroege namiddag kregen de luitenanten Wilson, Mills en Rose en onderluitenant Warneford het bevel om naar de vooruitgeschoven basis Ten Bogaerde (Veurne) te vliegen. Het belang van dit vliegveld was niet te onderschatten omdat de actieradius van de Engelse vliegtuigen zeer nipt was om heen en weer naar Brussel te vliegen en als men nog wat moest cirkelen om zijn doel te vinden, dan zou men onvoldoende brandstof hebben. Daarom vlogen de piloten van Saint-Pol naar Veurne om bij te tanken. Soms ook om te rusten en te eten. Vanuit Veurne was er ruimte qua actieradius.

In de avond van 6 juni 1915 stegen ze paarsgewijs vanuit Veurne op. Wilson en Mills vertrokken het eerst. Later was het de beurt aan Rose en Warneford. De opdracht van de piloten was de hangars van Evere plat te gooien.

Het effect van een bombardement op zo’n hangar was miniem gezien de grootte van de bouwwerken, die te lijf werden gegaan met kleine mortiergranaten. Was er een zeppelin thuis dan had men vaak meer succes als één van de afgeworpen granaten het luchtschip trof en een gascel kon laten exploderen. Dan werd zowel de hangar als de zeppelin in de as gelegd.

Wilson en Mills hadden geluk want LZ38 was net met motorpech teruggekeerd en bij het bombarderen van de hangar hielp het reusachtige luchtschip een handje mee. Hangar en luchtschip explodeerden en er restte niets dan schroot.

Ondertussen waren Rose en Warneford ook vertrokken, maar luitenant Rose kreeg af te rekenen met pech. Zijn dashbordverlichting was uitgevallen en hij keerde weer naar Saint-Pol. Hij had zijn onderluitenant Warneford teken gedaan om ook rechtsomkeer te maken, maar Reggie vloog gewoon door. ‘Nothing seen!’ zou hij later verklaren.




In de buurt van Bierstalbrug te Lovendegem spotte Warneford LZ37 die op terugweg was en probeerde de basis van Gontrode te bereiken. Hij werd vanin de zeppelin opgemerkt en onmiddellijk door de mitrailleurs vanuit de gondel onder vuur genomen. Hij  merkte op dat LZ37 behoorlijk laag vloog, nam afstand en probeerde zo hoog mogelijk te vliegen. Ter hoogte van de Gentse Palinghuizen (Brugsepoort) raakte hij boven de zeppelin en dropte hij één voor één zijn zes mortiergranaten. 




Een brandstoftank van de zeppelin ontplofte en slingerde het toestel van Warneford weg. Die had alle moeite om zijn Morane-Saulnier L terug onder controle te krijgen en om zich uit de voeten de maken.

LZ37 dreef stuurloos en brandend af richting Dampoort. Boven het begijnhof van Sint-Amandsberg ontplofde de eerste gascel, die een kettingreactie met de andere 17 cellen op gang bracht. Een groot brokstuk kwam naar beneden en sloeg door het dak van het huisje van begijn Sidonie Maes. Haar 9-jarig nichtje Odile, dat op dat moment bij haar logeerde, werd door het brokstuk dat in haar bed insloeg op slag gedood.

De brandende en exploderende LZ37 brak boven het klooster van de zusters van de Visitatie in twee. Het voorste stuk viel op de slaapzaal van de zusters en veroorzaakte daar brand. Het achterste stuk viel op het kerkplein en belemmerde de toegang tot de kerk. Als bij wonder werd er geen noemens-waardige schade aan het gemeentehuis en de kerk geconstateerd.