Odile Maes

De begrafenisdienst voor Odile Maes (°Couillet 29.01.1906), dochtertje van
Leopold Maes en wijlen Emma De Veirman, vond op 9 juni 1915 plaats in de begijnhofkerk. Daarna werd ze begraven in een vijfjarig graf op het kerkhof van Sint-Amandsberg. Dit is verdwenen. Op haar doodsprentje stond: ‘De duurbare Odile sliep den zachten slaap der onschuldigen, toen ze plotseling door een wreed moordtuig van uit de lucht werd getroffen’.  

Waar Sidonie Maes in het Sint-Elisabethbegijnhof leefde en Odile Maes omkwam konden we met de medewerking van het Documentatiecentrum voor Streekgeschiedenis Dr. Maurits Gysseling vzw met praktisch volledige zekerheid localiseren. Het centrum beschikt over een lijst van de huurders in het begijnhof samengesteld door  grootjuffer Philomena Raes op 1 mei 1916. Deze lijst leerde ons dat drie vrouwen hun domicilie hadden in het huis nummer 70 ‘O.-L.-V. Maria Boodschap’:  


  • Sidonie Maes: dochter van Leopoldus Maes en Anna-Maria Raes; geboren inMelle 22 september 1867, ingetreden in het begijnhof op 27 novemer 1884 (17 jaar), gekleed op 23 november 1885 in het convent Heilige Drievuldigheid (nr 22), gesteed op 28 mei 1886, overleden in haar woning nr 83 op 20 december 1942;
  • Mathilda Aernaudts: dochter van Henricus Aernaudts en Philomena Wyfels; geboren in Sluis (NL) op 23 februari 1866, ingetreden in het begijnhof op 28 novemer 1890 (24 jaar), gekleed op 16 november 1891 in het convent Heilige Drievuldigheid (nr 22), gesteed op 22 mei 1892, overleden in de infirmerie op 20 december 1942;
  • weduwe Jules Van Beneden, geboren in Mol op 22 september 1861.


Uitgaande van een links-rechtse notatie en in analogie met andere huizen uit de lijst waarvan zeker geweten was wie waar woonde, betrok de weduwe Jules Van Beneden de linkse helft van het huis nr. 70 en werd de rechtse bewoond door de beide begijnen en Odile Maes. Het is dus zeker, zoals Virginie Loveling schreef, dat Odile op de kamer en vermoedelijk in het bed van tante Sidonie sliep en dat Sidonie de gewonde begijn was. Ook de beschrijving van het huis door Virginie Loveling klopt, op de benaming van het huis na.


Tevens werd in het Archief en Cultureel Centrum van Arenberg in Edingen (Enghien) een schadeverslag gevonden voor bomschade aan de twee huizen kadastraal bekend 902 m en 902 o, hetgeen bij nazicht van oude kadasterplannen  met deze localisatie overeenstemt. Engelbert van Aren-berg was sinds 1872 eigenaar van de gronden waarop het Sint-Elisabeth-begijnhof zou uitgebouwd worden. Volgens dit verslag liepen niet één, maar twee huizen schade op tijdens het neerstorten van de zeppelin. Dit werd ook bevestigd in de kranten van 8 juni 1915: ‘terwijl ook aan eene aanpalende woning ernstige schade werd aangericht’.