Zeppelin L8

De eerste zeppelin die Gontrode als thuishaven kreeg was de L8 (LZ33). Het was een zeppelin van het M-Type, gebouwd in Friedrichshafen met een lengte van 158 meter en een doorsnede van 14,9 m. Hij had drie Maybachmotoren van elk 210 pk en in de lange romp zorgden 22.470 m³ gas voor de nodige stijgkracht. Zijn snelheid bedroeg 85 km/h en zijn nuttige last bedroeg 8552 kg. Hij maakte zijn eerste vlucht op 17 december 1914 en kwam inGontrode aan op 27 februari 1915 vanuit de standplaats Düsseldorf. Daar was hij op 22 december gestationeerd we-gens het gebrek aan luchtschiphangars.

Bevelhebbers  waren  Kapitänleutnant Meyer en vanaf januari 1915 Kapi-tänleutnant Helmut Beelitz. 

Op 12 december 1915 kreeg Beelitz het keizerlijk bevel bij de eerst-volgende gelegenheid Londen te bombarderen. Bij een eerste poging op 26 februari 1915 om Londen (of Parijs?) samen met de LZ37 uit Zellik en de LZ38 uit Evere te bombarderen moest hij wegens opkomende sterke winden terugkeren en landen op Gontrode. 

Amper een week later, op 4 maart in de namiddag, vertrok de LZ33 van Gontrode met 70 brandbommen naar Groot-Brittannië, vermoedelijk Essex. 

De bemanning kreeg problemen met het bepalen van de positie en doorbrak het wolkendek boven Brugge. Later gebeurde dat nog eens ten westen van Oostende omstreeks 21 u. Ze vergaten daar echter bij dat Nieuwpoort de frontlijn vormde. Toen men over de stad kwam en een herkenningssignaal afvuurde op een hoogte van driehonderd meter, was dit om moeilijkheden vragen. Volgens Duitse bronnen takelden Belgische MG’s en artillerie het luchtschip zodanig toe dat het in de problemen kwam en de missie moest afbreken. Andere bronnen vermeldden verkeerdelijk dat LZ33 beschoten werd door twee Franse en twee Britse toestellen.

Men sloeg op de vlucht, gooide de waterballast, bommen en al wat maar kon af,  terwijl er volop waterstof lekte. Kapitänleutnant Helmut Beelitz, de bevelhebber, besliste om terug koers te zetten naar Düsseldorf. Dat bleek een verkeerde beslissing, want omstreeks 1.00 uur liep hun geluk ten einde in de omgeving van Tienen. Eerst viel de voorste motor uit wegens koelwaterproblemen en dan ook nog eens de achterste bakboordmotor. Het luchtschip begon volop te dalen. Het roer en de achterste gondel raakten vast in de bomen en de boeg raakte een bomenrij. Daardoor werd een deel van de bemanning uit de gondels gekatapulteerd. Daarna maakte de wind een einde aan de zeppelin. De rest was enkel nog goed voor de sloop. Iets wat op 5 maart dan ook gebeurde.

De Duitsers zouden zo woedend geweest zijn over het verlies, dat ze iedereen arresteerden die het gewaagd had foto’s van het wrak te nemen.

Bij gebrek aan enige informatie verschilde het aantal bemanningsleden en het aantal slachtoffers. Meestal heeft men het over een veertigtal bemanningsleden (41? of 42?) waarvan er bij het neerstorten 9 gedood en 29 gewond werden. Van de zwaargewonden overleden er nog 12 tot 17. Anderen hebben het slechts over één slachtoffer, nl. machinist Friedrich Bense.


Een Britse krant schreef hierover: (vert.) 
 
Het telegram van de Duitse Admiraalstaf aan het Groot Hoofdkwartier van 5 maart 1915  8.40 u. klonk als volgt: In totaal had L8 (LZ33) 22 vluchten gemaakt en daarbij 1.423 km afgelegd. 

Onlangs dook het verslag op gemaakt door commandant Beelitz in Gontrode onmiddellijk na het neerstorten van L8 (LZ33) op 4 maart 1915. Hieruit leren we dat het doel van de vlucht het Mersae-eiland (Noord-Essex) was om van daaruit verder te vliegen naar de dokken in Londen. Uit dit verslag blijkt ook dat de bemanning bij het neerstorten ongedeerd was gebleven met uitzondering van Beelitz zelf, die onder de gondel was terechtgekomen en inwendige bloedingen had opgelopen. Iets wat hem niet belette het relaas van het gebeuren neer te schrijven.

In tegenstelling met de geallieerde versies van de ondergang van L8 (LZ33) was Beelitz ervan overtuigd dat zijn luchtschip was getroffen door kogels uit Duitse machinegeweren, hoewel beide schutters van L 8 (LZ 33) formeel getuigden dat het om Frans ging. Nog volgens Beelitz had zijn bericht dat zij eraan kwamen de Duitse kustbatterijen niet bereikt. Toen L8 (LZ33) boven Oostende herkenningssignalen afvuurde, werden deze door de Duitse batterijen als een aanval gezien en openden zij het vuur op hun eigen luchtschip.


LZ33 wordt in de hangar van Gontrode binnen getrokken.



De bemanning van LZ33.



LZ33 vertrekkensklaar.



De restanten van LZ33 in Tienen.