Zijn vliegtuigen

Men moet zich niet te veel voorstellen van de samenstelling van een wing tijdens de Eerste Wereldoorlog. De 1ste Wing RNAS maakte hierop geen uitzondering. De piloten kwamen van overal, vaak met weinig ervaring. Meestal waren het avonturiers met een ongedisciplineerd en arrogant gedrag, zoals Reginald Warneford. Nu moest je vast van dat slag geweest zijn om in wat men toen ‘vliegtuigen’ noemde het luchtruim te kiezen en ermee de vijand te bespieden of aan te vallen. De 1ste Wing RNAS beschikte over een samenraapsel van vliegtuigen: Talbot, Voisin 3 LAS, Nieuport 10 en Morane-Saulnier L. Op het eerste na waren het allemaal toestellen van Franse makelij.

Bij zijn aankomst in Saint-Pol kreeg Warneford een Talbot toegewezen. We konden nergens het type van het toestel terugvinden. Vermoedelijk beschikte men over niet veel van deze toestellen in Saint-Pol, want nergens is er nog sprake van dit soort toestellen, nadat Warneford het zijne in de prak vloog.

De Voisin 3 LAS waarmee hij daarna vloog is beter gekend, maar er zijn weinig gedetailleerde gegevens beschikbaar. De tweedekker behoorde tot de klasse van de duwvliegers. De toestellen werden geproduceerd door ‘Usines Voisin’. Het toestel had een snelheid van 65 km/h en een actieradius van 6,5 uur. Het kon 66 kg bommen en een machinegeweer aan boord hebben. De vleugelwijdte bedroeg 16 m en de motor was een 150 pk Salmson 9 cilinderduwer. Het toestel woog leeg 1250 kg.







Warneford vloog ook enkele missies met een Nieuport 10 tweedekker. Dit was een toestel uit de Franse fabrieken ‘Etablissement Nieuport’ van Edouard Nieuport. De gevechtstoestellen die van hieruit werden geleverd drukten ruim een kwarteeuw hun stempel op de militaire luchtvaart. Voor de ontwerpen was steeds Gustave Delage verantwoordelijk. De succesvolle serie militaire toestellen werd ingezet met de Nieuport 10 half 1914. De tweezitter werd afgeleid van het wedstrijdtoestel dat moest deelnemen aan de Gordon-Bennettrace. Aanvankelijk waren de Fransen weinig geïnteres-seerd, maar toen het Britse RNAS, na een proefbestelling, grotere aantallen ging bestellen, keerde het tij. Het toestel kwam er in drie versies: één met de waarnemerszetel vooraan, het andere met de waarnemerszetel achteraan en een éénzits jagerversie. Voor de aanval op LZ39 gebruikte Warneford de Nie10 met de waarnemerszetel vooraan. Het toestel werd zo succesvol dat het in licentie gebouwd werd in Italië door Nieuport-Macchi en in Rusland door Dux en Lebedev. In Rusland bleef het in productie tot 1920. Het toestel had een maximumsnelheid van 146 km/h, woog 410 kg en geladen 620 kg. De vleugeloppervlakte bedroeg 18 m². Nieuport produceerde tot 1920 heel wat verschillende types militaire jachttoestellen. Sommige verschilden qua uitzicht weinig van de vorige, maar waren verbeterde versies, andere waren echter totaal anders van concept. Vanaf 1922 kwam de firma op de gezamenlijke naam van Nieuport en Delage ‘Etablissement Nieuport-Delage’. Samen produceerden ze tot 1934 nog 17 vliegtuigtypes. De Nieuports 140 en 160 stonden in 1932 echter enkel op naam van Nieuport.






Op zijn missie waarbij hij de zeppelin neerschoot, vloog Warneford met een Morane-Saulnier type L. Het was een jachttoestel van Franse makelij. Omwille van de vorm van het vliegtuig kreeg het van de piloten de bijnaam ‘Parasol’. Er werden er 600 van gebouwd en ze werden ook veel door de luchtmacht van de Russische tsaar gebruikt. Het was bewapend met een vast machinegeweer dat voorwaarts was gericht en gesynchroniseerd door de schroefboog schoot. De zijkanten van de houten schroef waren versterkt met metaalplaat om beschadiging van toevallige kogels te vermijden. Dit was een ontwerp van Roland Garros en voordien reeds uitgeprobeerd op de Morane-Saulnier L in april 1915. Hij behaalde daarmee drie overwinningen in drie weken alvorens het vliegtuig in Duitse handen viel. Niet te verwonderen dat Antony Fokker enkele maanden later zijn Fokker E III uitrustte met een vast machinegeweer dat door de propellerboog schoot en waarbij de schroef was beschermd door metalen zijstrips. Waar hebben we dat nog gelezen?

Op zijn bombardementsmissie van 6-7 juni 1915 zat Warneford alleen in het toestel, op de achterste van de twee zitplaatsen. De piloot zat steeds achteraan, de boordschutter vooraan om het machinegeweer te bedienen. Het toestel van Warneford was op deze missie niet voorzien van een machinegeweer. Het ontbreken van een tweede man en het wapen hadden als doel het toestel lichter te maken, om zodoende granaten te kunnen meenemen. Hij beschikte over zes Halesgranaten, 20 ponders. Om het cijfer van de nuttig mee te nemen last te kennen, moet van het laadvermogen ook nog het gewicht van de piloot worden afgetrokken (en van de eventuele tweede man). De granaten werden in een soort rek onder het toestel bevestigd, achter het landingsstel. Via een hendel op zijn instrumentenbord kon de piloot de bommen stuk voor stuk boven zijn doel droppen.




Specificaties van de Morane-Saulnier-L: 
nationaliteit:      Frans
fabrikant:     Société des Aéroplanes
      Morane-Saulnier 
Type:     jager, verkenner
eerste vlucht:     1913
aantal gemaakt:    600
motor:     Gnome, 80 pk
lengte:     6,88 m
spanwijdte:     11,2 m
hoogte:     3,93
bruto gewicht:      655 kg
gewicht toestel:    385 kg
laadvermogen:     270 kg
max. snelheid:     115 km/h
max. hoogte:     2.000 m
actieradius:     300 km
max. vliegtijd:     2,5 uur
bemanning:     1 of 2
bewapening:     1 machinegeweer Hotchkiss




Het toestel waarmee Warneford verongelukte was een Henri Farman H.F. 27. Deze toestellen werden ontworpen en gemaakt door de ‘Société Henri et Maurice Farman’. De H.F. 27 dubbeldekker-duwvlieger was een verbeterde versie op basis van de H.F. 20. Deze laatste types konden onvoldoende bommen meevoeren voor een succesvolle missie. De H.F. 22’s hadden problemen met de weersomstandigheden. Daarom ontwikkelde men de H.F. 27 met een volledig metalen frame. Door zijn groter gewicht moest men ook een krachtiger motor inbouwen. Het werd een Gnome of een Canton-Unné R9 van 140 pk. Het groter gewicht had ook tot gevolg dat het vleugeloppervlak moest worden vergroot en dat er vier landingswielen nodig waren. Het vliegtuig deed een proefvlucht in februari 1915. Het toestel deed ook dienst in Rusland. Het haalde een snelheid van 145 km/h en kon een lading meenemen van 400 kg. In sommige testen slaagde men erin om 600 kg de lucht in te tillen.